Dilataties

Dit zijn openingen in de gevel die bewust zijn aangebracht en continu over het hele geveloppervlak doorlopen. Deze worden aangebracht
om scheurvorming te voorkomen, door de gevel al te voorzien van een ‘scheur’.
Deze ‘scheur’ kan beweging en werking van de materialen opvangen waardoor er
geen scheuren ontstaan. De hoeveelheid dilataties en de mate waarin ze worden
aangebracht is conform voorschriften. Wijzigen van deze detaillering conform de mogelijkheden
die de CUR-Aanbeveling
82 hiervoor biedt, kan het aantal dilataties beperken.

In de praktijk gebeurd het nog wel eens dat we
scheuren in een gevel zien,
vaak wordt dot veroorzaakt door onvoldoende of ontbreken van dilatatie. Met name
bij later aanbouwen aan een bestaand gebouw komt dit vaak voor.

Lees ook ons artikel over scheurvorming metselwerk.
Lees ook ons artikel over scheurvorming fundering.
Wilt u een vrijblijvende offerte ontvangen voor bouwfysich onderzoek?

Er zijn bouwfysische dilataties in twee richtingen:

Verticale bouwfysische dilatatie
Horizontale bouwfysische dilatatie.

Verticale bouwfysische dilataties.

Temperatuurverschillen en verschillen in uitzettingscoëfficiënten leiden tot toename van spanningen in de baksteengevel. De spanningen ontstaan, omdat de vervormingen worden verhinderd. Bijvoorbeeld door de verbinding van de baksteengevel met de fundering en door de spouwankers, waarmee de gevel aan de binnenconstructie is verankerd. De spouwankers zijn flexibel bij verplaatsingen in het vlak van de gevel, maar zijn stijf bij verplaatsingen die optreden in de lengterichting van het anker. Dit leidt bij hoeken in de gevel tot de situatie, dat het buitenblad stijf met de binnenconstructie is verbonden. Deze spanningen kunnen vervolgens aanleiding geven tot het optreden van schade in de gevel. Thermische dilataties zijn dilataties, die noodzakelijk zijn om deze schade te voorkomen.

Op basis van praktijkervaring wordt op dit moment geadviseerd thermische dilataties niet verder uit elkaar te plaatsen dan 12 meter. Bij gevels die zijn gesitueerd op het noorden, zou deze afstand iets groter kunnen zijn, namelijk circa 14 meter. Voor gelijmde baksteengevels gelden identieke regels met betrekking tot de maximaal toelaatbare dilatatieafstanden.

De afstand tussen de dilataties is niet alleen afhankelijk van de aard van de opgelegde vervormingen. Ook de afmetingen van de gevel zijn van belang. Bij hoge wanden kan een grotere afstand tussen de dilataties worden aangehouden dan bij lagere wanden. Dit is mogelijk omdat zowel uit praktische als uit theoretische waarnemingen blijkt, dat bij hoge wanden de
afstand tussen de scheuren, die ontstaan ten gevolge van belemmerde opgelegde vervormingen, groter is dan bij lage wanden. Bij wanden die slechts één bouwlaag hoog zijn, kan het noodzakelijk zijn de dilataties dichter bij elkaar te plaatsen dan 12 meter. De dilatatieafstand moet beperkt worden tot maximaal 5 keer de wandhoogte. De thermische dilatatievoeg moet worden uitgevoerd als een open voeg met een wijdte van 5 mm, volledig vrij van speciebaarden. Voorkomen moet worden dat de dilataties door het voegen alsnog worden dichtgezet. Voor gebouwen hoger dan 15 m wordt geadviseerd deze dilataties uit te voeren voorzien van een dichting met comprimeerbaar elastisch band.

Indien de dichting gewenst wordt door middel van een elastische kitvoeg, dan dient een dilatatiewijdte van tenminste 10 mm te worden ontworpen. Een 10 mm brede dilatatievoeg met kit op een rugvulling moet worden toegepast indien bijzondere eisen op het gebied van geluidsisolatie worden gesteld.

Horizontale bouwfysische dilataties.

Evenals in verticale richting van een gevel zullen ook in horizontale richting dilataties in de baksteengevel moeten worden aangebracht. Deze dilataties zijn noodzakelijk, omdat er naast de thermische lengteverandering, in de hoogterichting
vervormingverschillen tussen het buitenblad van baksteen en de binnenconstructie zullen ontstaan. Vanwege de koppelingen tussen het buitenblad en de binnenconstructie is het noodzakelijk het buitenblad op bepaalde hoogte te dilateren en boven de dilatatie aan de binnenconstructie op te hangen.

Oorzaken van vervormingverschillen in hoogterichting.

Temperatuurverschillen tussen buitenblad en binnenconstructie vervorming van de binnenconstructie ten gevolge van het gewicht van de constructie kruip van de binnenconstructie ten gevolge van de in de constructie aanwezige drukspanningen krimp van de binnenconstructie ten gevolge van het verlagen van het vochtgehalte in de verschillende constructieonderdelen tijdens het gebruik. Koppelingen tussen het buitenblad en de binnenconstructie bestaan voornamelijk uit de spouwankers, geveldragers en eventuele balkon- of galerijplaten. In de regel wordt als (maximale) afstand tussen de verschillende horizontale dilatatievoegen een afstand gelijk aan tweemaal de gebruikelijke hoogte van een bouwlaag aangehouden. In afwijking hiervan kan onder verantwoordelijkheid van de constructeur de afstand tussen de horizontale dilataties worden vastgesteld onder de voorwaarden van bijlage A2 van CUR-Aanbeveling 82.

De horizontale dilatatievoeg moet worden aangebracht onder een opvangconstructie voor het hoger gelegen metselwerk. Uit esthetische overwegingen wordt aanbevolen de standaard-voegwijdte toe te passen. De blijvende (ook na het optreden van de doorbuiging van de constructie) vrije ruimte van de voeg onder de geveldrager moet minimaal 5 mm zijn.

Mogelijke opvangconstructies.

Geprefabriceerde betonband, stalen lateien en / of stalen geveldragers of metselwerkconsoles. Deze staalconstructies kunnen bestaan uit roestvrijstalen of uit thermisch verzinkte (bij voorkeur gepoedercoate) elementen. De keuze dient gebaseerd te worden op BRL’s en Komo-certificaten.

Al deze opvangconstructies zijn verbonden met de binnenconstructie.
Het gewicht van het hierop dragende metselwerk wordt via de binnenconstructie naar de fundering afgedragen. Hierna wordt in een rekenvoorbeeld een indruk gegeven van de orde van grootte van vervormingsverschillen, zoals die in een baksteengevel kunnen optreden.

De temperatuur tijdens de uitvoering heeft geen invloed op de grootte van het totale vervormingsverschil tussen de winter- en de zomersituatie. Wel bepaalt de temperatuur tijdens de uitvoering de grootte van de maximale verlenging en de grootte van de maximale verkorting. Theoretisch is het mogelijk bij de bepaling van de wijdte van de dilatatievoeg rekening te houden met de maximaal te verwachten verlenging van het metselwerk. Praktisch wordt dit echter niet gedaan omdat het tijdstip, en dus de gemiddelde omgevingstemperatuur, van uitvoering van het metselwerk onbekend is bij de adviseur en zelfs tijdens de uitvoering van de bouw sterk kan variëren. Een totale voegwijdte van 5 mm is voldoende om de dilatatie, ook bij verlenging van het metselwerk, goed te laten werken.

De oriëntatie van de gevels is van invloed op de thermische belasting ervan. De maximale temperatuur van het metselwerk in west- en oost-gevels is nagenoeg dezelfde als die in zuid-gevels. Enerzijds valt de zonnestraling op oost- en westgevels bij lage zonnestand in onder een minder scherpe hoek, waardoor deze gevels per vierkante meter meer warmte opvangen.

Anderzijds is de bezonning op de zuid-gevels intenser. Beide effecten houden elkaar ongeveer in evenwicht. Gevels die op het noorden zijn gesitueerd, ondergaan een beduidend lagere maximale temperatuur.

Speciale aandacht verdienen de thermische dilataties nabij de hoeken van een gevel. Bij inwendige hoeken wordt meestal een dilatatie in de hoek aangebracht. Bij uitwendige hoeken wordt ook bij voorkeur een dilatatie ter plaatse van de hoek aangebracht op maximaal 3 koppen uit de hoek. Indien het uit architectonische overwegingen niet gewenst is om dilataties op gebouwhoeken toe te passen, moeten in beide gevelvlakken dilataties worden voorzien, een op maximaal 1,5 m en de andere op maximaal 4.0 m uit de gebouwhoek. Bij borstweringen die om de hoek doorlopen, moeten de dilataties op maximaal 2,5 keer de hoogte uit de hoek worden gesitueerd.

Wilt u een vrijblijvende offerte ontvangen voor bouwfysich onderzoek?